Binnen 10 jaar electriciteitsverbruik ICT verdubbeld
Het rapport 'ICT stroomt door', dat in januari op de website van het ministerie van Economische Zaken verscheen, bleek afgelopen week ineens onbedoeld actualiteitswaarde te hebben.
Het inventariserend onderzoek naar het elektriciteitsverbruik van de ICT-sector en ICT-apparatuur leert dat momenteel gemiddeld 25 procent van de totale elektriciteitsrekening in een huishouden voor rekening komt van ICT-apparatuur. Totaal in Nederland betekent dit een verbruik van naar schatting 6 terrawattuur (TWh). Verbazingwekkend is het te lezen dat, opnieuw volgens schattingen, het elektriciteitsverbruik voor de toepassing van ICT binnen bedrijven en ten behoeve van ICT-infrastructuren bij elkaar op jaarbasis beperkt blijft tot 2,7 TWh. Bij elkaar toch ruim 8 TWh waarvoor in Nederland de capaciteit van twee forse elektriciteitscentrales nodig is.
In het rapport wordt de verwachting uitgesproken dat binnen tien jaar het elektriciteitsverbruik door de toepassing van ICT zal verdubbelen. Alleen al om deze groei op te vangen zijn twee van de vier geplande nieuwe kolencentrales nodig.
In krachtenspel van digitale grootheden lijken Haagse beleidsmakers weinig invloed te hebben.
En dan te bedenken dat de gemiddelde computer zo krachtig is dat hij bij normaal gebruik slechts 5 procent van zijn processorcapaciteit gebruikt en bij piek de 20 procent nauwelijks haalt. De gemiddelde belasting is dus minder dan 7 procent. Dus alleen in Nederland staan jaarlijks al zo'n twee elektriciteitscentrales onnodig het CO2-probleem te vergroten en volgens dit rapport zijn dat er binnen tien jaar dus vier.
Of toch niet? Recent verscheen een boek van Nicolas Carr met de titel 'The Big Switch'. In dit boek schetst Carr hoe de opwekking van elektrische energie gegroeid is tot een betrouwbare utiliteit, altijd voorradig, met zo veel capaciteit dat inwisselende capaciteitsvraag kan worden voorzien en tegen de laagst denkbare kostprijs. Hij trekt vervolgens naar de toekomst toe de parallel met het via internet beschikbaar stellen van computercapaciteit als utiliteit.
Ter illustratie grijpt Carr hierbij terug naar een anakdote van eind jaren veertig, toen Albert Einstein stelde dat er in de wereld hooguit behoefte zou zijn aan de rekenkracht van vier tot vijf computersystemen. Carr stelt in analogie hieraan dat dit binnen tien jaar wereldwijd nog maar vier of vijf computersystemen zullen zijn, die alle benodigde computercapaciteit betrouwbaar en flexibel leveren.
Dat deze voorspelling reëler is dan in eerste instantie lijkt, bleek afgelopen week. Microsoft wil tenminste 44 miljard dollar neertellen voor de overname van Yahoo. De financiering hiervan motiveert Microsoft met de te behalen synergievoordelen die vooral liggen in het samenvoegen van de enorme computersystemen die beide organisaties in de lucht houden. Volgens Microsoft is hier op jaarbasis 1 miljard dollar te besparen. Waarbij alleen al met het wegnemen van overcapaciteit in beide platformen, door samenvoeging, per jaar een besparing te realiseren valt van 100 miljoen dollar. Microsoft wil in deze wereld van computercapaciteit als utiliteit, zoals altijd, een dominante positie verwerven. Google loopt zich hiervoor nu al warm, zoals met een zeer grote 'computercentrale' in Delfzijl.
De Nederlandse politiek vindt in meerderheid dat alle infrastructurele voorzieningen in de directe invloedssfeer moeten liggen van de overheid. Maar hoe reëel is de kans dat de beleidsmakers in Den Haag in dit krachtenspel van digitale grootheden enige kans maken in de toekomst invloed uit te oefenen op 's lands computerinfrastructuur?
En wat te denken van privicy. Ik vrees dat er in de Verenigde Staten er weinig gehoor zal zijn voor de heer Kohnstamm van het College Bescherming Persoonsgegevens met een altijd maar keffende Tweede Kamer in zijn nek.
Bron: Financieel Dagblad
